EEN SELFIE MET JASPER THOOLEN

Jasper Thoolen studeerde in 2016 af als tandarts aan de Radboud Universiteit en is werkzaam bij Oisterwijkkliniek tandheelkunde, met focus op restauratieve tandheelkunde, digital smile design en implantologie.

Daarnaast is hij internationaal spreker, trainer, auteur en medeoprichter van het online leerplatform Karma.Dentistry.

selfie met interview

Hoe vaak hoor je niet, wanneer je vertelt wat je beroep is: “Jeetje, hoe kun je in hemelsnaam tandarts worden? Altijd in die vieze monden kijken en mensen pijn doen lijkt mij helemaal niets.” Daarom gaat Easier Dental Care een interviewserie starten waarin wij gemotiveerde tandartsen bezoeken om erachter te komen wat nu precies hun motivatie is om juist wél tandarts te worden. We stellen iedere keer min of meer dezelfde vragen. Dit alles niet in de vorm van een podcast, maar als een ouderwets leesbaar interview zonder ChatGPT.

De aftrap van deze interviewserie wordt verzorgd door Jasper Thoolen. Jasper is 39 jaar, samen met zijn vriendin woonachtig in Berlicum, heeft twee prachtige kinderen en komt uit een gezin waarin zijn vader eveneens een bekende tandarts is.

Wie ben jij in de tandheelkundige wereld? Stel jezelf eens voor.

Na mijn middelbare school ben ik eigenlijk als vanzelfsprekend tandheelkunde gaan studeren. Misschien omdat mijn vader dit beroep altijd met zoveel plezier uitoefende. Achteraf kan ik constateren dat ik mijn eigen passies van dat moment niet volledig volgde. Architectuur vond ik ook wel interessant en diep in mijn hart was ik op dat moment misschien het liefst de muziekscene ingegaan als rockgitarist. Muziek was in mijn ouderlijk huis de grootste gemeenschappelijke deler.

Ik heb tandheelkunde gestudeerd in Nijmegen. Ik moet bekennen dat ik er aanzienlijk langer over heb gedaan dan de meeste studenten. Dat kwam vooral omdat ik er veel naast deed. In de eerste jaren van mijn studententijd kwam ik terecht in het verenigingsleven en nam ik deel in tal van commissies en besturen, en het feesten liet ik ook zeker niet achterwege. Op een gegeven moment kreeg ik van mijn ouders te horen dat als ik op deze manier met mijn studie om wilde gaan, dat zij dat dan niet meer wilden ondersteunen. Daardoor werd ik gedwongen om verschillende baantjes naast mijn studie te zoeken, en zo ben ik ooit als krantenverkoper op straat gaan werken. Hoewel dit ver van de tandheelkunde afstaat, kan ik achteraf zeggen dat ik hier ontzettend veel van heb geleerd. Hoe spreek je mensen aan? Ik wil graag op hetzelfde niveau communiceren met mijn patiënten en de basis daarvoor is gelegd tijdens dat straatwerk. Je krijgt zoveel verschillende mensen in je stoel en die moet je allemaal anders benaderen. Een kind van acht jaar spreek je immers anders aan dan een man van vijfenzeventig. Dat onderdeel van ons vak wordt vaak enorm onderschat.

Van het ene baantje rolde ik in het andere en na een tijdje ben ik mijn eerste bedrijfje gestart. We verkochten maathemden en pakken en we hadden zelfs een winkel in Nijmegen en daarnaast zesentwintig andere studenten die door heel Nederland voor ons bedrijf maten opnamen en de kleding verkochten. Van deze enorme zijstap heb ik geleerd hoe belangrijk plannen is en dat je niet alles kunt laten ontaarden in chaos. Ik zat te werken tijdens colleges en te studeren terwijl ik aan het werk was.

Wat was het omslagpunt waardoor je toch enthousiast werd en vol passie voor de tandheelkunde koos?

Doordat ik leerde plannen, begon ik ineens tentamens te halen. Mijn vader, die de chaos niet langer kon aanzien, nodigde mij uit om in 2013 mee te gaan naar een groot tandheelkundig congres in Boston. Daar zag ik sprekers als Christian Coachman en Mauro Fradeani, samen met vele andere gepassioneerde collega’s. Op dat moment viel het kwartje. Ik besloot vol voor de tandheelkunde te gaan, maar dan niet voor middelmaat. Ik wilde tandheelkunde bedrijven zoals ze dat in Boston lieten zien en op een voor mij zo hoog mogelijk niveau.

Vanaf dat moment begon alles te leven. Studeren en later ook nascholing werden een feest. Inmiddels ben ik Nederlands and Europees erkend restauratief tandarts en enthousiast chef de Clinique in de Oisterwijkkliniek Tandheelkunde. Daar probeer ik mijn passie over te brengen op het gehele team en jonge collega’s te laten zien dat, hoewel het ons in Nederland soms lastig wordt gemaakt door regelgeving, dit niets afdoet aan de schoonheid van ons vak.

Heb je achteraf spijt dat je zo lang over je studie hebt gedaan?

Daar kan ik volmondig nee op antwoorden. Ik heb van iedere stap en iedere misstap geleerd. Mijn hele leven heb ik een beetje buiten de lijntjes gekleurd en als ik daarop terugkijk, zie ik dat dit mij juist veel heeft opgeleverd. Ik zou de meeste dingen precies zo opnieuw doen. Tijdens mijn studie heb ik periodes gekend waarin ik als student lastig was voor iedereen, inclusief mijzelf, maar als je studententijd vooral draait om zelfontplooiing en ontwikkeling, dan denk ik dat dit een zeer geslaagde periode was.

Wat zie jij als jouw belangrijkste taak binnen de tandheelkunde?

Mijn primaire taak is om voor mijn patiënten en voor mezelf een zo goed mogelijke tandarts te zijn. Na mijn afstuderen heb ik nationaal en internationaal meer cursussen gevolgd dan het totale aantal uren van mijn volledige studie. Ik wil mijn patiënten de best mogelijke tandheelkundige oplossingen kunnen bieden. Ik wil veel zelf kunnen doen, met korte lijnen een compleet behandelplan opstellen en wanneer iets mijn expertise overstijgt, werk ik samen met zeer kundige collega’s die op dat specifieke vakgebied beter zijn dan ik. Samen streven we naar het best mogelijke resultaat voor de patiënt.

Maar je geeft inmiddels ook internationale lezingen.

Dat klopt, maar dat zie ik zelf als een secundaire taak. Ik heb altijd veel interesse gehad in de digitale kant van de tandheelkunde. In de laatste jaren van mijn studie schreef ik al behandelplannen met behulp van het DSD-protocol van Christian Coachman. Dat is zich alleen maar verder blijven ontwikkelen. Op een gegeven moment word je dan lokaal gevraagd om daar iets over te vertellen aan collega’s en zo rolt het balletje. En als je dan goed je best blijft doen ben je ineens internationale spreker.

Bovendien heeft het optreden als spreker voor mij duidelijke parallellen met mijn muzikale verleden. Optreden met een gitaar voor publiek is in essentie hetzelfde als spreken over digitale mogelijkheden binnen de tandheelkunde. Een verhaal en concert hebben beiden altijd een kop en een staart, en bevatten een bepaalde dynamiek. Ik probeer mijn lezingen dus altijd te benaderen alsof ik een concert geef, en blijkbaar vinden collega’s dat wel leuk. Het delen van kennis over digitale tandheelkunde met collega’s zie ik zeker als een taak, maar patiëntenzorg blijft voor mij altijd de hoofdzaak. Ik blijf daarbij altijd mezelf. Als ik met een lezing ook maar één tandarts kan inspireren, zoals ik zelf geïnspireerd raakte door Coachman en Fradeani, dan geeft mij dat enorm veel energie.

Zo is ook het KARMA leerplatform ontstaan. Karma bestaat inmiddels uit meer dan veertien ambassadeurs die met passie hun specialiteit delen. Wanneer tandartsen daardoor opnieuw enthousiasme voor het vak voelen, is de missie van Karma geslaagd. Dat delen doen we inmiddels over de hele wereld en daarmee concluderen we dat de taal van liefde voor het vak geen grenzen kent, en ondanks culturele en demografische verschillen vooral verbroederd.

Als jij één dag de baas van de KNMT zou zijn, wat zou je direct veranderen?

Als eerste zou ik nascholing verplicht stellen. Ik vind dat het niet meer uit te leggen valt dat dat nog niet het geval is. Het is toch ongelooflijk dat er tandartsen zijn die nog werken volgens methodes van dertig jaar geleden, terwijl er nauwelijks een beroepsgroep bestaat waarin de ontwikkelingen zo snel zijn gegaan. Daarmee kunnen patiënten veel beter geholpen worden.

Daarnaast zou ik de opzet van het universitaire curriculum voor een deel herzien. Studenten zouden naar mijn mening veel meer praktijkervaring in het veld op moeten doen onder begeleiding van een ervaren tandarts die hen in een mentorship ondersteunt op momenten dat ze vastlopen. In de praktijk zijn voldoende patiënten beschikbaar, in tegenstelling tot de beperkte patiëntenpopulatie op de universiteit. Deze stageachtige periode zou geen drie maanden moeten duren, maar eerder drie jaar, eventueel met een aangepaste vergoeding zodat een jonge tandarts de ruimte krijgt om de behandelingen in alle rust goed uit te voeren en niet de hete adem van de omzetdrempel in de nek voelt. Ik heb op de praktijk waar ik begon te werken die ruimte ook gekregen en daar ben ik nog steeds heel erg dankbaar voor want dat is geen vanzelfsprekendheid. Zo kan men na een basisopleiding geleidelijk instromen in de echte wereld, in plaats van direct in het diepe te worden gegooid zoals nu vaak gebeurt met soms desastreuze gevolgen.

Wat vind jij van alle nieuwe digitale mogelijkheden?

Ik citeer hierbij graag Christian Coachman. Als je als tandarts een intraorale scanner aanschaft, ben je daarna nog steeds een tandarts met een scanner. Het gaat erom wat je met de verzamelde data doet. En het grootste gevaar is blind vertrouwen op apparatuur. De vertaalslag van digitale data naar de analoge patiënt is een van de meest onderschatte valkuilen binnen de digitale tandheelkunde. Om dat te kunnen relativeren heb je begeleiding of goede scholing nodig. Je moet altijd de biologische, analoge waarden van de patiënt blijven begrijpen en niet klakkeloos varen op digitale gegevens.

Veel tandartsen zijn succesvol met digitale workflows, maar naar mijn mening is dat ook vaak mede te danken aan het grote aanpassingsvermogen van de patiënt en niet zozeer omdat de gebruikte apparatuur nu zo heilig is.

Ben jij een tandarts die digitale apparatuur nodig heeft om patiënten te behandelen, of een tandarts die patiënten wil helpen en daarvoor digitale apparatuur inzet?

Zonder twijfel het laatste. Ik wil mijn patiënten zo goed mogelijk helpen en gebruik digitale apparatuur wanneer die daadwerkelijk meerwaarde biedt. Ik test vanuit verschillende onderzoeksgroepen veel innovaties voordat ze de markt op komen, en als iets geen significante verbetering geeft in vergelijking met al bestaande producten en technieken, dan kan het er wel heel tof uit zien en met veel bombarie gepromoot worden maar heeft het simpelweg geen meerwaarde. En er komt ontzettend veel op de markt, dus je moet gewoon kritisch blijven nadenken. Niet alles is halleluja.


Heb je nog een algemeen advies voor jonge collega’s?

Ondanks dat je kritisch moet blijven nadenken, laten we digitalisering en slimme toepassing van AI vooral omarmen en daar niet bang voor zijn. Bij juiste interpretatie van digitale data komen we juist dichter bij de biologie van de patiënt. Vroeger deden we veel behandelingen die niet altijd in harmonie waren met die biologie. Door digitalisering en AI leren we kritischer te kijken naar probleemoplossing en rekening te houden met biologische grenzen.

Met röntgenfoto’s, CBCT scans en AI ontdekken we steeds meer ontstekingen en afwijkingen, waardoor we een veel beter inzicht krijgen in de gezondheid van de patiënt. Ook merken we in onze praktijk dat patiënten steeds vaker vragen om integrale en holistische behandelplannen en benadering van ons vak. Zij zijn vaak bio-logischer ingesteld dan menig tandarts beseft. Het is dus logisch om met digitale hulpmiddelen een grondig onderzoek te doen en vervolgens met een goed onderbouwd behandelplan te komen. Durf vooral goede tandheelkunde voor te stellen.

Na afloop hebben we met Jasper gegeten in een gezellig Brabants café. Bij deze dank voor het interview. Over enkele weken volgt er opnieuw een interview met iemand uit de tandheelkundige wereld. Dank ook aan u voor het lezen.

Arjan Starrenburg