EEN SELFIE MET DENISE LEUSINK

Denise Leusink is mondhygiënist en zet zich in voor betere preventie mondzorg bij jonge kinderen. Oprichter van o.a. MondzorgHUB is zij constant bezig om preventie een groter podium te geven. 

Preventie mondzorg met Denise Leusink

In de nieuwe serie “een selfie met” heb ik nu een interview gehad met de mondhygiëniste Denise Leusink. Zij is interessant en daarom ook uitgekozen, omdat zij het beroep mondhygiënist in een veel groter kader is gaan invullen. Aan de hand van 10 vragen zal dit bredere kader veel duidelijk gaan maken en ik kan u vertellen, dat ik na afloop dacht: Er zouden meer vakgerichte beroeps genoten moeten zijn met de inzet en het idealisme van Denise.

Ik ben begonnen met een opleiding in de journalistiek, maar dat bleek niet erg voor mij geschikt en zo ben ik eigenlijk bij toeval en toedoen van mijn eigen tandarts in Elburg begonnen als assistente. In deze baan als tandartsassistente ben ik zo gefascineerd geraakt door het vakgebied tandheelkunde, dat ik daarna de opleiding tandartsassistente ben gaan volgen.


Heel veel geleerd en daarna in de praktijk van de familie Muts in Apeldoorn bij MP3 tandartsen als assistente. Ik wilde nóg meer uitdaging en ben mondzorgkunde gaan studeren. Na deze opleiding ben ik weer teruggekeerd in Apeldoorn als mondhygiënist, naast een baan als junior onderzoeker bij de Hogeschool Utrecht. Ik vond de praktijk zeer interessant, maar het was voor mij niet bevredigend genoeg, want je was te veel curatief achter de feiten aan het lopen. Ik ben gestimuleerd door mijn omgeving een ogenschijnlijk hele andere richting ingeslagen. Ik kreeg uiteindelijk de kans om mijn onderzoekswerk uit te breiden en te starten met een promotietraject (PhD) in samenwerking met ACTA.  Mijn drijfveer      is helder: “Hoe zorgen we ervoor dat kinderen opgroeien met een gezond gebit?”. Daarbij voelde ik al snel dat ik niet alleen op individueel niveau in de praktijk impact wilde maken, maar juist breder wilde bijdragen. Vanuit mijn rol als gezondheidswetenschapper wil ik me inzetten voor preventieve oplossingen waarmee we veel meer ouders en kinderen kunnen bereiken.          

Wat zie jij als je belangrijkste taak binnen de tandheelkunde?

Mijn interesse en activiteiten zijn allemaal te vangen onder de grote vraag: “Waarom hangt de mondgezondheid zo los van de algemene gezondheidszorg?”  Ik zie het als mijn taak om binnen mijn werk juist de mondgezondheid een veel belangrijke positie te gaan laten innemen. Het staat niet los van elkaar en toch wordt de mond in veel disciplines  snel over geslagen of ondergesneeuwd door andere, ook belangrijke, prioriteiten.
Ik zou het heel mooi vinden als we meer kunnen kijken naar common risk factors zoals voeding en leefstijl, en zo in de toekomst de mond een veel meer centrale rol gaat krijgen.

Als jij één dag de baas van de KNMT zou zijn, wat zou je dan veranderen?

Wat ik heel sterk zou stimuleren is het project “Kansrijke start”. Het programma behelst het stimuleren van verbetering van zorg en preventie voor de eerste 1000 dagen van een kind en eigenlijk nog daarvoor. Het idee is dat er door verschillende disciplines gezamenlijk wordt gewerkt aan deze missie;  denk dan aan bijvoorbeeld verloskundigen, artsen, voedingsdeskundigen, verpleegkundigen, sociaal werkers, regionale gemeenteambtenaren, fysiotherapeuten en nog veel meer. Maar wie zitten daar niet aan tafel? Niemand vertegenwoordigt de gehele tandheelkunde en als zodanig wordt dit dus onvoldoende besproken, terwijl dit juist zo ontzettend belangrijk onderdeel is in de eerste 1000 dagen van een kind. Daar zou ik mij voor inzetten als ik de baas zou zijn van de KNMT. Nu zijn we vanuit het lectoraat Samenwerken aan Mondgezondheid van Inholland ons hiervoor hard aan het maken, maar het moet uiteraard veel breder gedragen worden door onze hele beroepsgroep. Als baas van de KNMT zou ik ervoor pleiten, dat wij ook deel uit gaan maken van deze belangrijke preventieketen.

Kun je eens een voorbeeld geven hoe dit vorm kan krijgen?

In Schotland zijn ze al een stuk verder met  samenwerking rondom preventieve mondzorg. Daar zijn sociaal werkers, die een korte tandheelkundige cursus hebben gevolgd, zodat ze genoeg van de hoed en de rand weten om advies te kunnen geven. Deze sociaal werkers komen bij de mensen thuis om de situatie beter in te schatten hoe er leefstijl of gedragsverandering zou kunnen plaatsvinden. Ze kunnen dan in de leefomstandigheden van het gezin dan exact zien waar de schoen wringt. Zo kunnen ze dan als een soort adviseur aangeven hoe het beste een gezin te runnen en daarbij ook het tanden poetsen bij een kind onder aandacht te brengen. Die eerste 1000 dagen bij een kind zijn zo belangrijk voor de verdere ontwikkeling van het kind. In Nederland is zo’n samenwerking nog niet van de grond gekomen. Wel heb ik tijdens een onderzoeksproject  aan huis bezoeken gedaan en ik kan je verzekeren, dat het super interessant is als je ziet wat achter de voordeur allemaal niet gebeurt. Kom je eens een keer achter de voordeur van zo’n gezin, dan begrijp je in één keer, waarom het de moeder niet lukt om haar kind tanden te poetsen of te controleren. Het is in zo’n huis soms een enorme chaos in allerlei verschillende opzichten en dan is mondhygiëne niet de eerste prioriteit. Als mondhygiënist in een tandartspraktijk zonder zicht op dit alles speel bij voorbaat al een verloren wedstrijd en dat gaat natuurlijk altijd ten koste van het kind.

Welke kansen laten we vandaag de dag liggen om die kindergebitten te beschermen?

Ik zie de huidige generatie opgeleide mondhygiënisten als roepende in een woestijn en zullen het eigenlijk maatschappelijke probleem niet oplossen. Wil je meer vat krijgen op de echte oorzaak van een slechte en onverzorgde mond, dan zul je al in de opleiding veel meer de aandacht dienen te geven aan de reeds zojuist beschreven leefstijl factoren, die dit negatief beïnvloeden. Dus ook de opleiding zal in nog bredere zin achter de oorzaak aan moeten gaan en samenwerking met andere beroepsgroepen buiten de tandheelkunde moeten stimuleren. Als tandheelkundigen alleen kunnen we het probleem niet oplossen. Je moet gaan werken aan een model, waar je niet alleen curatief met je handen blijft werken, maar dat je gaat naar een model, waar dan de “dental health support worker”, zoals in Schotland, of een soortgelijke functie ook in Nederland een belangrijke rol krijgt. Zo werk je ook weer preventief op een ander gebied dan alleen te stimuleren om goed te poetsen. Het gaat in Schotland niet alleen om dentistry, maar veel meer om “dental health”. Daar moeten we naar gaan streven

Vanuit jouw functie binnen het electoraat “Innovaties in de preventieve zorg”zie je deze manier van denken en dus meer holistische insteek opgenomen worden in de 4 opleidingen tot mondhygiënist?

Hoe kijk jij aan tegen die hele goede initiatieven zoals de sociale tandarts of de straattandarts?

Daar zitten twee kanten aan. Het is een geweldig sociaal bewogen initiatief en daarom geweldig, dat er tandartsen zijn, die daar zich beschikbaar voor stellen. De andere kant is natuurlijk de trieste kant, dat het noodzakelijk is. En in het kader van de sociale mondzorg onderzoeken is het weer een bevestiging, dat het helaas weer 100% curatieve handelingen zijn en dus is ook hier voorkómen is beter dan genezen en daar wil ik naartoe in de toekomst. Ga je bijvoorbeeld meer samenwerken met een sociaal werker uit die wijken, dan kom je meer te weten over oorzaken die je vervolgens kunt aanpakken en krijg je een groter effect.

In Nederland is mondzorg voor kinderen tot 18 jaar verzekerd. Toch zien we een disconnectie tussen beschikbaarheid en daadwerkelijk gebruik. Waarom?

Dat klopt en de reden is zoals zo vaak onvoldoende communicatie en angst. Ouders weten vaak niet eens, dat het gratis is en tandartsen zijn duur, dus denken ze dat ze het niet kunnen betalen. Ook speelt angst een rol, want als de ouder tandarts angst heeft gaan ze vaak ook niet met hun kind naar de tandarts, omdat ze bang zijn dater dan gevraagd wordt om zelf even in de stoel te gaan plaats nemen. Ontwijk gedrag. Juist in die gevallen is het zo goed om dit onderwerp via de consultatiebureaus met een mondzorgcoach die dit veel gemakkelijker communiceert.

Hoe begeleid jij professionals én patiënten over gepolariseerde onderwerpen zoals bijvoorbeeld fluoride gebruik?

Ik ga er altijd van uit, dat ouders én zorgverleners beiden het beste voor hebben met hun kind respectievelijk hun patiënten kring. Daarom is ook hier weer een goede uitleg over het hoe en waarom noodzakelijk met begrip en respect voor elkaars standpunten. Zo worden gepolariseerde onderwerpen minder gepolariseerd. “Agree to disagree” is daarvoor de gevleugelde uitspraak tegenwoordig.


Wat is MondzorgHUB?

MondzorgHUB is een initiatief van mijzelf en Peggy van Spreuwel. Het is ontstaan uit een soort van frustratie. Het consultatiebureau stuurt bij doorbraak van het eerste element de ouders vaak met hun kind naar de huistandarts, als ouders deze al zelf hebben. Het is gebleken, dat regelmatig voorkomt dat kinderen onder de 4 jaar bij praktijken worden weggestuurd met de boodschap: ‘Kom maar terug als het kind 4 is’. Ontzettend zonde, want hierdoor gaan belangrijke kansen voor preventie verloren. MondzorgHUB houdt eigenlijk iets heel simpels in. Het is gewoon een kaart waar praktijken kunnen aangeven dat zij openstaan voor kinderen beneden de 4 jaar. Het is een kersvers initiatief en er hebben er nu al meer dan 200 praktijken aangegeven dat zij graag vermeld willen worden op deze kaart.



Als laatste wil ik je enorm bedanken voor dit positieve gesprek en ik heb er zelf wederom weer wat van opgestoken.

Arjan Starrenburg